Wij zijn de 99 procent – nog steeds

Wij zijn de 99% - nog steedsEen recent rapport van het World Economic Forum en de ‘State of the Union’-rede van Obama wijzen allebei op de dreiging van de toenemende sociale ongelijkheid in de wereld en wat dit kan betekenen voor de maatschappelijke stabiliteit. Zo blijken protestbewegingen als Occupy Wall Street alsnog het gelijk aan hun kant te krijgen, betoogt Paul van Seters.

Het kan geen toeval zijn. Op de recente jaarlijkse bijeenkomst in Davos (22–25 januari) presenteerde het World Economic Forum het rapport ‘Outlook on the Global Agenda 2014’, waarin de toenemende inkomensverschillen worden aangemerkt als het tweede grootste wereldwijde risico de komende 16 tot 18 maanden. Een paar dagen later (28 januari) vroeg president Obama in zijn ‘State of the Union’-rede voor het Congres aandacht voor wat volgens hem zijn kiezers op dit ogenblik het meest bezighoudt: de extreem ongelijke inkomensverdeling in de Verenigde Staten.

Is bij zowel het WEF als Obama het licht aangegaan, en treedt de elite van de wereld alsnog toe tot de rijen van Occupy Wall Street? Voordat u die vraag beantwoordt, is het wellicht verstandig even stil te staan bij de cijfers waarop Obama zich beroept. De kloof tussen rijk en arm in de VS wordt volgens hem alleen maar groter. In 2012 steeg het inkomen van de rijkste 1 procent van de Amerikanen met 20 procent. De overige 99 procent zag het inkomen met slechts 1 procent toenemen.

Obama’s verwijzing naar het schrijnende contrast tussen de riante positie van de rijkste 1 procent van de bevolking en die van de overige 99 procent die het met heel veel minder moet stellen, sluit wonderwel aan bij de retoriek van Occupy Wall Street. Die beweging manifesteerde zich voor het eerst in 2011, ontleende haar naam aan het centrum van de financiële macht, maar ging toch van het begin af aan minder over hervorming van de financiële sector dan over protest tegen onaanvaardbaar grote sociale ongelijkheid. Vandaar dat de beweging al snel wegliep met de leus ‘We are the 99 percent’.

Amerikaanse middenklasse profiteert nauwelijks van economische vooruitgang

Ook inhoudelijk lijkt Obama het hier helemaal mee eens. In zijn ‘State of the Union’ stelde hij dat de toename van sociale ongelijkheid een rechtstreekse bedreiging vormt voor de Amerikaanse samenleving. Alleen de rijken profiteerden van de economische groei na de crisis (2009–2012). In Obama’s eigen woorden: “Het gemiddelde inkomen is nauwelijks toegenomen. De ongelijkheid heeft zich verdiept. De opwaartse mobiliteit is tot staan gebracht. De koude, harde feiten zijn dat zelfs in tijden van herstel te veel Amerikanen harder dan ooit moeten werken om nog rond te komen—laat staan dat ze nog vooruit komen.”

Het valt op hoezeer het WEF soortgelijke alarmerende beelden gebruikt: “Doe het nieuws aan en je ziet massale protesten, historische opstanden en rellen in ooit rustige straten—het leidt geen twijfel dat toenemende inkomensongelijkheid een kwestie is van het allergrootste belang. Welvaartsverschillen worden groter en raken alle aspecten van onze levens. Zij hebben invloed op maatschappelijke stabiliteit in landen en bedreigen veiligheid op een mondiale schaal. Als we vooruitkijken naar 2014, dan is het van wezenlijk belang dat we nieuwe oplossingen bedenken voor de oorzaken en gevolgen van een wereld die steeds ongelijker wordt.”

State of the Union komt overeen met standpunten van Occupy Wall Street

Met andere woorden, zowel Obama als het WEF verklaart zich nu tégen de 1 procent en vóór de 99 procent, en sluit zich aan bij de eisen voor sociale duurzaamheid van de protestbeweging Occupy Wall Street. Inderdaad, ‘bien étonné de se trouver ensemble’. Maar er schuilt nog meer ironie in deze onverwachte samensmelting. Wie Occupy Wall Street ziet als een loot aan de stam van de antiglobalisten—en u begrijpt, dat doet schrijver dezes—die zal extra verrast opkijken van deze verzoening van nog niet zo lang geleden onverzoenlijke vijanden.

De antiglobalisten manifesteerden zich voor het eerst als zodanig—dat wil zeggen, als een nieuwe, mondiale sociale beweging—in 1999 in Seattle, bij de demonstraties tegen het neoliberale beleid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Die demonstraties liepen enigszins uit de hand, wat in de media schromelijk werd overdreven onder de titel ‘Battle of Seattle’. Maar de WTO was niet het enige boegbeeld van neoliberale globalisering waar deze antiglobalisten 15 jaar geleden tegen te hoop liepen. Soortgelijke demonstraties vonden steevast plaats bij bijeenkomsten van de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, de G8, maar dus ook bij die van het WEF.

De ervaringen in Seattle vormden voor een aantal maatschappelijke organisaties die daarbij betrokken waren aanleiding om eigen bijeenkomsten te organiseren, waar ze hun eigen boodschap beter konden uitdragen. Dat leidde in 2001 tot de eerste conferentie van het World Social Forum, in Porto Alegre in Brazilië. De naam WSF was uitdrukkelijk bedoeld als tegenpool van het WEF, en diende duidelijk te maken dat de voorstanders van neoliberale globalisering zich weinig aantrokken van de negatieve sociale gevolgen daarvan. In deze geest verruilden de antiglobalisten niet lang daarna hun naam voor die van andersglobalisten.

Neoliberalen erkennen dat een ander soort globalisering nodig is

Dat een kleine 15 jaar later het WEF de uitgangspunten van het WSF blijkt te hebben omarmd, stemt hoopvol en is wellicht een teken van onze tijd. Voormalige voorstanders van het neoliberalisme—door George Soros treffend aangeduid als marktfundamentalisten—blijken steeds meer oog te krijgen voor bepaalde negatieve gevolgen of schaduwkanten van globalisering (zoals klimaatverandering, kinderarbeid, fair trade etc.), en dus ook voor de noodzaak van het streven naar een ander soort globalisering. Met name sinds het uitbreken van de wereldwijde kredietcrisis in 2008 is het snel gegaan, en is er alom aandacht voor wat vaak wordt aangeduid als duurzame globalisering.

Het centrale thema van Obama en het WEF, de desastreuze gevolgen van toenemende inkomensongelijkheid, sluit hier goed bij aan. De samenhang van dit verschijnsel met het proces van globalisering is in de wetenschappelijke literatuur inmiddels overtuigend aangetoond. Wie hieraan nog mocht twijfelen, kan te rade gaan bij het recente boek van de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, The Price of Inequality:How Today’s Divided Society Endangers Our Future (2012). Of bij het recente boek van de op dit terrein meest gezaghebbende onderzoeker, de Servische econoom Branko Milanovic, The Haves and the Have-Nots: A Brief and Idiosyncratic History of Global Inequality(2011).

Op Occupy Wall Street, vooral op de bonte stoet van anarchistische acties daarvan, is de afgelopen jaren vaak laatdunkend gereageerd. Maar zoals hier betoogd past deze recente protestbeweging naadloos in de traditie van de duurzaamheidsbeweging van de antiglobalisten, de andersglobalisten en het WSF. Nu hebben ook Obama en het WEF verklaard dat er iets grondig mis is met de zelfverrijking van de 1 procent. Hun boodschap: opkomen voor de belangen van de 99 procent. Mooi te zien hoe Occupy Wall Street alsnog gelijk krijgt.

Paul van Seters is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan TiasNimbas Business School en Universiteit van Tilburg.

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>