Kans op schadekosten neemt toe door stijgend overstromingsrisico

Kans op schadekosten neemt toe door stijgend overstromingsrisicoDe kans op grote overstromingen in Europa wordt steeds groter, met alle gevolgen van dien. Op dit moment bedraagt de jaarlijkse schade gemiddeld 4,9 miljard euro. Een waarschijnlijkheidsberekening leert dat dit in 2050 23,5 miljard euro zal zijn. Het is daarom zaak om goed na te denken over de wijze waarop eventuele schade bekostigd kan worden.

Overstromingen kunnen grote gevolgen hebben voor meerdere landen tegelijk. Een probabilistische studie voor Europa toont aan dat de kans op grote overstromingen in de toekomst zal toenemen. Het is van toenemend belang om op dergelijke natuurrampen voorbereid te zijn en te komen tot een goede afhandeling van de kosten. Verderop in dit artikel worden drie mogelijke maatregelen voor de toekomst afgewogen.

Een voorbeeld: in juni 2013 vonden grote overstomingen plaats in Midden- en Oost-Europa. Door overvloedige regenval werd de waterafvoer vanuit de oostelijke Alpen en vanuit de Middelgebergten zeer groot, waardoor de rivieren zeer veel water te verwerken kregen, met als gevolg (zeer) hoge waterstanden. De schade beliep 12 miljard euro, verdeeld over negen verschillende landen.

Voor het eerst een betrouwbare prognose van risico’s

Tot dusverre zijn er nooit risicostudies verricht die rekening hielden met een onderlinge correlatie tussen verschillende stroomgebieden van rivieren. Daardoor kon ook nooit een betrouwbare inschatting gemaakt worden van de mogelijke schade van overstromingen. In onze studie hebben we wel rekening gehouden met de onderlinge gerelateerdheid van risicogebieden. Daardoor zijn wij nu wel in staat om probabilistische voorspellingen te doen met betrekking tot overstromingsrisico’s in Europa.

Op basis van literatuur en rekenmodellen hebben we een betrouwbare inschatting gemaakt van mogelijke toekomstige schade door een overstroming. Voor ons onderzoek hebben we schattingen van potentiële schade, bestaande veiligheidsnormen en gegevens over piekafvoer gebruikt als basis. Zodoende kwamen we tot een waarschijnlijkheidsberekening van mogelijke verliezen als gevolg van overstromingen in de EU. Terugblikkend naar de periode 2000 – 2012 beliep de gemiddelde schade door overstromingen in de EU 4,9 miljard euro per jaar. Deze kosten zouden in 2050 wel eens kunnen oplopen tot 23,5 miljard euro.

Ongeveer tweederde van het geprostogniceerde risico op schadekosten is het gevolg van economische groei: denk aan de toename van het aantal gebouwen, de hoeveelheid mensen en de toegenomen economische waarde van de gebieden die gevaar lopen op overstroming. Eenderde van de mogelijke schadekosten is het gevolg van klimaatverandering, bijvoorbeeld door kosten die samenhangen met de uitstoot van CO2. De exacte effecten van klimaatverandering zijn nog omgeven door onzekerheden. Om die reden is het dan ook zaak om de risicoprojecties voortdurend te updaten.

(Verzekerings-)fondsen zijn niet in staat alle schade te dekken

Verzekeringsbedrijven zien zich door deze omstandigheden al genoodzaakt om hun basisfonds uit te breiden. Het verlies voor verzekeraars (op basis van modellen) bedroeg voor de periode 2000 – 2012 1,6 miljard euro per jaar. Dit loopt in 2050 op tot een bedrag van 4,6 miljard euro. Normaal gesproken gaan verzekeringsbedrijven er van uit dat een overstroming een waarschijnlijkheid heeft van eens in de tweehonderd jaar, maar dit criterium zal moeten worden bijgesteld. Om de solvabiliteit van het verzekeringsfonds te garanderen zal dit fonds naar de toekomst toe uitgebreid moeten worden van 116 miljard euro in 2013 naar 236 miljard in 2050.

In termen van onverzekerd risico schatten we dat er een beroep zal worden gedaan op het Europese Solidariteitsfonds (EUSF) voor een bedrag van 258 miljoen euro per jaar. De kans dat claims groter zullen zijn dan de 1 miljard waaruit het fonds bestaat, bedraagt 5 procent, toenemend naar 9 procent in 2050. Overige onkosten die niet verzekerd zijn komen voor rekening van overheden en huishoudens. Dit kwam in de periode 2000 – 2012 naar schatting neer op 3,3 miljard euro per jaar. Dit zal in 2050 nog eens toenemen met een factor 4 tot een bedrag van 13,2 miljard euro.

Mogelijke maatregelen om de onkosten binnen de perken te houden

Hoe moeten we omgaan met dergelijke onverzekerde risico’s? Binnen de landen van de EU wordt al gedebatteerd over de vraag hoe deze lasten verdeeld moeten worden. Daarbij zijn een aantal maatregelen denkbaar om de risico’s het hoofd te bieden, zoals: zorgen dat meer mensen zich verzekeren, het verbeteren van normen voor bouwkundige bescherming en een verruiming van het budget van het EUSF. Om het effect van de verschillende maatregelen te beoordelen, hebben we scenario’s opgesteld en aan de hand daarvan berekend welke gevolgen dit heeft qua schadekosten.

Er zijn diverse opties om te komen tot een betere penetratie qua verzekeringen, bijvoorbeeld door dit verplicht te stellen in risicogebieden. Het zou echter kunnen zijn dat verzekeringspremies flink zullen stijgen. Met als gevolg dat huishoudens niet meer tegemoet kunnen of willen komen aan die hogere premiekosten.

Een andere optie is EU-lidstaten te vragen een hogere bijdrage te leveren voor het EUSF. Op dit moment wordt daar in totaal 1 miljard euro per jaar voor gevraagd. Mogelijk gaan EU-landen akkoord met zo’n solidaire wijze van risicospreiden, maar het is wel iets waarover onderhandeld moet worden. Bijkomend aspect is dat spreiding van verantwoordelijkheid er toe kan leiden dat landen misschien niet meer zelf het initiatief zullen nemen tegen overstroming.

De belangrijkste methode om de schade binnen de perken te houden is het investeren in fysieke bescherming, zoals dijken en stormvloedkeringen. Wanneer de bescherming tegen overstromingen in alle stroomgebieden dusdanig zou zijn dat de kans gereduceerd is tot één keer in de honderd jaar, dan zou de totale verwachte schade per jaar afnemen met 30% (7 miljard euro) in 2050. Dit tegen een investering van 1,75 miljard euro. Dit rekenvoorbeeld benadrukt het voordeel van fysieke maatregelen, vooral omdat de kosten door schade naar verwachting nog toe zullen nemen in de toekomst. Natuurlijk kosten dergelijke maatregelen aanzienlijk wat geld voor constructie en onderhoud. Anderzijds leidt dit ook tot toenemende economische ontwikkeling in de te beschermen gebieden.

Al met al is het moeilijk een optimaal beschermingsniveau te berekenen voor alle landen in de EU, maar het is zeker zinvol om na te denken over welke niveaus van bescherming het waard zijn om in te investeren binnen het huidige klimaat en dat van de toekomst.

Brenden Jongman is onderzoeker bij het Institute for Environmental Studies (IVM). Een uitgebreide versie van dit artikel verscheen op 2 maart 2014 online op www.nature.com. Medeauteurs van dit artikel zijn: Stefan Hochrainer-Stigler, Luc Feyen, Jeroen C. J. H. Aerts, Reinhard Mechler, W. J. Wouter Botzen, Laurens M. Bouwer, Georg Pflug, Rodrigo Rojas en Philip J. Ward.

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>