Schaliegas: eerst denken, dan niet doen

Schaliegas: eerst denken, dan niet doenDe hoeveelheid schaliegas in de Nederlandse bodem blijkt tegen te vallen. Toch zijn er diverse partijen die nog inzetten op de winning van schaliegas. Ko van Huissteden brengt de spelers in kaart en overweegt de alternatieven.

De Nederlandse overheid zit met een lastig probleem. Jarenlang profiteerde de Nederlandse economie van de aardgasbaten, maar sinds 2010 daalt de productie van aardgas langzaam maar zeker. En na 2020 zal het helemaal scherp dalen. Als de aardgasbronnen uitgeput zijn zullen we gas moeten importeren om ons eigen gebruik te dekken.

In het licht van deze omstandigheden kwam in 2009 het bericht van Energie Beheer Nederland (EBN) als een geschenk uit de hemel. Er zouden in de Nederlandse ondergrond grote hoeveelheden schaliegas en steenkoolgas zitten. Het EBN, als overheidsinvesteerder in de Nederlandse olie- en gasvelden, schatte volgens de pers de voorraad op wel 500.000 miljard kubieke meter.

Schattingen hielden te weinig rekening met de geologische werkelijkheid

Twee voormalige Shell-geologen, Rien Herber en Jan de Jager, kritiseerden echter de hoge schattingen van EBN. Zij stelden vast dat het computermodel te weinig rekening hield met de geologische werkelijkheid. De twee hoogleraren, respectievelijk aan de universiteit van Groningen en Utrecht, wezen er op dat aan de oppervlakte van ons dichtbevolkte land weinig ruimte is voor een dicht netwerk van boorputten. EBN hield veel minder rekening met bovengrondse beperkingen zoals natuurgebieden.

TNO schatte in 2012 de voorraden schaliegas op 200 tot 500 miljard m3, duizend keer minder dan de schatting van EBN. Het gaat bij deze nieuwe schattingen om de technisch winbare reserves, dat wil zeggen het gas dat met de huidige techniek boven de grond gehaald kan worden, onafhankelijk van andere beperkingen, zoals economische mogelijkheden en gebrek aan ruimte bovengronds. Een voorbeeld: onder het Binnenhof in Den Haag zit ook schaliegas, maar een boortoren op die plaats zal onoverkomelijke bezwaren oproepen van de daar werkende invloedrijke nimby’s.

Herber en De Jager schatten op hun beurt de economisch winbare hoeveelheden op 10 à 30 miljard kubieke meter. Dat maakt de hoeveelheid nog niet toereikend voor binnenlands gasverbruik en dan moet de export van gas nog geheel buiten beschouwing worden gelaten. Ter informatie: het huidige Nederlandse gasverbruik ligt tussen de 40 en 50 miljard kubieke meter per jaar.

Tegenvallende opbrengsten geen reden om te stoppen

Schaliegas zal ons dus niet redden van de import van gas, en al helemaal geen nieuw gas voor export opleveren. Ook elders in Europa lijkt de gasbonanza die ons van gasimporten en geopolitieke afhankelijkheid zou redden door tegenvallende opbrengsten niet waargemaakt te worden. Dit concluderende zou je denken dat het thema schaliegas snel van de politieke en economische agenda zou verdwijnen. Toch is dat niet het geval, want er zijn een aantal partijen die belang hebben bij de winning van schaliegas. Welke partijen zijn dat?

Allereerst zijn er natuurlijk de olie-en gasbedrijven die aan de exploratie en winning van schaliegas willen verdienen. Opvallende afwezigen in de Nederlandse schaliegasmarkt zijn Shell en andere grote bedrijven. De groep geïnteresseerden wordt gevormd door kleinere bedrijven, zoals Cuadrilla, die vooral gefinancierd worden door risico-investeerders.

De kennisindustrie is een tweede speler. Ingenieursbureaus verwachten te verdienen aan opdrachten uit de olie-en gassector – en doen dat al, gezien de reeks onderzoeken over schaliegas die verschijnt in opdracht van industrie of overheid. Ook grotere, aan de overheid gerelateerde onderzoeksinstituten, zoals TNO, zijn zeer actief.

De derde speler is het bedrijfsleven. De organisatie van grote werkgevers VNO-NCW is een uitgesproken voorstander van schaliegas. In het bedrijfsleven zijn vooral de energie-intensieve industrie en de chemische industrie voorstanders van schaliegas.

De vierde speler is de overheid, in het bijzonder het ministerie van Economische Zaken (EZ). Het belangrijkste argument van EZ is het opraken van het Groningse gas, dat Nederland decennialang van een financieel infuus heeft voorzien.

Bewoners voorzien hinder en economische schade

Tegenover de pro-partijen staan de tegenstanders van schaliegas. Allereerst zijn daar de bezorgde bewoners van de gebieden waar men schaliegas en steenkoolgas wil winnen en de milieubeweging. Het verzet tegen schaliegas vindt ook gehoor in de lokale politiek.
Grootschalige winning van schaliegas in een dichtbevolkt land als Nederland zal op zijn minst hinder opleveren voor veel mensen. Wie een boorlocatie als buurman krijgt, kan rekenen op reële economische schade, bijvoorbeeld daling van de waarde van het huis of zelfs de onverkoopbaarheid ervan, zoals uit Amerikaanse ervaringen blijkt. En het is zeer onzeker of je er enigszins voor gecompenseerd wordt.

Bewoners en milieuorganisaties verzetten zich niet alleen tegen de gaswinning zelf, maar ook tegen de proefboringen. Proefboringen lijken onschuldig en louter inventariserend, maar dat is niet het geval. Na proefboringen zijn er nauwelijks juridische middelen meer om gaswinning tegen te houden – proefboren betekent gas winnen. Terwijl het statistisch onmogelijk is om met een paar proefboringen een betrouwbare schatting te maken van de gasvoorraden. Daarvoor zijn tientallen boringen nodig. Het argument om proefboringen alleen ter inventarisatie te doen snijdt dus geen hout voor de bewoners van de schaliegasgebieden; het is veel logischer om je eerst af te vragen óf er wel schaliegas gewonnen moet worden.

Nieuwsgierigheid naar duurzame alternatieven

Of we wat aan schaliegas hebben hangt ook af van toekomstige ontwikkelingen op het gebied van alternatieve, duurzame energiebronnen. Kunnen we ons energieverbruik verminderen? Kunnen we manieren vinden om de onregelmatige toevoer van energie door zon en wind op te vangen? Kunnen we overtollige groene stroom omzetten in gas, zoals nu in Duitsland al getest wordt? Wat kunnen geothermie, getij op zee en nieuwe generaties biobrandstoffen bieden? Wat kan er gedaan worden met een slimmer elektriciteitsnet? Kan eigen, duurzame energievoorziening geopolitieke afhankelijkheid van de import van gas voorkomen? Dit wekt meer nieuwsgierigheid op dan het beetje schaliegas in de Nederlandse bodem, en het levert ook nog eens hoogwaardige werkgelegenheid op.

Zal het er ooit van komen, Nederlands of Belgisch schaliegas en steenkoolgas? Om die vraag te beantwoorden is het nodig om veel verder te kijken dan het technische speelgoed van de mijnbouwingenieur. Bij het nadenken over wel of geen schaliegas is het goed om een aantal zaken uit elkaar te houden. Allereerst de kwesties rond milieu, veiligheid, klimaat en natuur, waarin nog teveel onzeker is maar waar echt onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek antwoorden kan geven. Het voorzorgsprincipe – bij twijfel niet doen – hoort daarbij voorop te staan.

Er wordt op dit moment aan een milieu-effectrapportage (Plan-MER) en een structuurvisie gewerkt. De notitie ‘Reikwijdte en detailniveau’ van de MER wordt eind mei verwacht. Daarin wordt aangegeven wat er precies onderzocht gaat worden. Er kan op gereageerd worden door het indienen van zienswijzen.

Ko van Huissteden is hoofddocent aan de Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen van de Vrije Universiteit. Hij doet onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering in arctische toendragebieden en broeikasgas-emissies uit veenbodems. Sinds 2012 is hij voorzitter van de Stichting Schaliegasvrij Nederland.

Deze bijdrage is een bewerking van ‘Schaliegas in Nederland en België’, dat verscheen als onderdeel van ‘Schaliegas, piekolie & onze toekomst’ van Richard Heinberg (uitgeverij Jan van Arkel).

 

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>