Zo zorg je voor meer inspraak en meer ambitie bij het volgende klimaatoverleg

Zo zorg je voor meer inspraak en meer ambitie bij het volgende klimaatoverlegEen Duits adviesrapport doet voorstellen voor een meer democratisch klimaatoverleg. Het maatschappelijk middenveld (de milieubeweging) moet meer recht van spreken krijgen. Daarnaast stelt de adviesraad voor om landen te bevoorrechten die zich ambitieus opstellen bij het nastreven van klimaatdoelen.

Het recente speciale rapport: ‘Climate Protection as a World Citizen Movement’, van de Duitse adviesraad voor mondiale verandering (WBGU), bevat diverse interessante ideeën voor de klimaatovereenkomst in 2015. Het rapport richt zich op het streven naar een temperatuurstijging van minder dan 2 graden Celsius wereldwijd en op een volledige afname van CO2 emissies door fossiele brandstoffen .‘Democratisering’ van het internationale klimaatregime en een nieuwe verantwoordingsstructuur om het klimaat te beschermen zijn de voornaamste thema’s van het rapport.

De WBGU stelt voor om van de klimaatovereenkomst van 2015 een juridisch bindend protocol te maken, waarin het streefdoel van een opwarming van 2 graden Celsius expliciet is opgenomen. Hoewel het een goed voorstel is dat misschien ook politiek te realiseren valt, zullen veel kwetsbare landen stellen dat het streefdoel 1,5 graden Celsius of lager zou moeten zijn.

Nieuwe rechten voor het maatschappelijk middenveld

Een van de meest interessante voorstellen van het rapport is dat de klimaatovereenkomst van 2015 (waarvan de WBGU vindt dat het een ‘Parijs’ Protocol’ moet worden), een bekrachtiging moet vormen van het recht voor klimaatactiegroepen om deel te nemen aan het overleg van het UNFCC en dat zij tevens het recht moeten krijgen om juridische stappen te zetten om er zeker van te zijn dat landen zich houden aan de overeenkomst van 2015. Dit voorstel bouwt voort op regels van de Aarhus Conventie over toegang tot informatie, publieke deelname bij besluitvorming en de mogelijkheid tot rechtsgang bij zaken die het milieu aangaan.

Het is een belangrijk voorstel, dat ook vele vragen oproept. Het rapport stelt voor om organisaties uit het maatschappelijke middenveld in te stellen als ‘klimaatopzichters’, op basis van hun doelstelling om het klimaat en/of het milieu te beschermen. Toepassing van dit uitgangspunt zou in de praktijk op diverse problemen stuiten. Bijvoorbeeld: aan wie zou de organisatie die fungeert als klimaatopzichter verantwoording moeten afleggen? Niet alle milieubewegingen hebben transparante bestuurlijke structuren.

Anderen zouden aan kunnen voeren dat mensenrechtenorganisaties een zelfde recht zouden moeten krijgen tot het zetten van juridische stappen. Zelfs als dit in zou gaan tegen het doel van emissiereductie, bijvoorbeeld in het geval van het behoud van werkgelegenheid. Dit gezegd hebbende, is dit een van de voorstellen in het rapport waar verder over gedebatteerd zou moeten worden.

Klimaatclubs – aan het roer

Er wordt ook van groepen uit het maatschappelijke middenveld verwacht dat ze bijdragen aan CO2-reductie, bijvoorbeeld door middel van klimaatclubs. Want dat is een ander interessant voorstel van het WBGU: de overeenkomst van 2015 zou klimaatclubs moeten erkennen en aanmoedigen. Het WBGU beschouwt klimaatclubs als samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld landen, steden of groepen uit het maatschappelijke middenveld) die zich ambitieuze en innovatieve doelen hebben gesteld met betrekking tot mitigatie (vermindering van broeikasgassen), aanpassing of klimaatgerelateerd verlies en schade, die verder gaan dan het algemene ambitieniveau binnen de context van het UNFCCC.

Voor wat betreft clubs die uit landen bestaan, komt het voorstel van het WGBU overeen met FIELD’s idee van een speciale categorie van deelnemers bij de overeenkomst van 2015 (bijvoorbeeld via een lijst, bijlage of een optioneel protocol). Hiertoe zouden alleen landen kunnen worden toegelaten wier nationaal vastgestelde bijdragen (NDC’s) meer dan voldoende zijn. Het instellen van deze speciale categorie zou een manier kunnen zijn om klimaatclubs, bestaande uit voorlopers, te betrekken in de overeenkomst van 2015.

Bevoordeling van landen die zich extra inzetten voor emissiereductie

Het idee van FIELD bevat mogelijke voordelen voor landen die zich willen kwalificeren voor toegang tot deze speciale categorie. Het rapport van de WBGU suggereert om steun te verlenen aan klimaatclubs binnen de context van de UNFCCC, bijvoorbeeld in de vorm van toegang tot financiële middelen, advies en scholing. ‘Club goederen’ zijn voordelen die alleen beschikbaar zijn voor leden.

Volgens het WBGU rapport zou het doel van het bevoordelen van de klimaatclubs zijn om de cultuur van de multilaterale onderhandelingen zodanig te verschuiven dat anderen een voorbeeld nemen aan de ambitieuze spelers en niet aan de lakse spelers, wat op zich een erg goed doel is.

Het rapport is een pleidooi voor hoe ambitieuze klimaatclubs een transformatie tot stand kunnen brengen. Het maakt elementen zichtbaar die clubs met een transformatief effect moeten hebben: een ambitieuze visie, heldere criteria voor lidmaatschap, duidelijke voordelen voor leden en een open houding jegens nieuwe leden. Dit is iets om over na te denken voor landen die naar voren willen stappen en de leiding willen nemen in de strijd tegen klimaatverandering.

Joy Hyvarinen is buitengewoon directeur van of the Foundation for International Environmental Law and Development (FIELD).

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>