Contouren van een effectief klimaatbeleid

Contouren van een effectief klimaatbeleidHet Ministerie van Infrastructuur en Milieu zou actief beleid moeten voeren om klimaatverandering tegen te gaan. Immers: de problematiek is duidelijk en het is ook duidelijk wat de mogelijkheden zijn. Sible Schöne schetst de contouren van een een effectief klimaatbeleid.

In 2013 hebben de gezamenlijke milieuorganisaties aan een team wetenschappers de vraag voorgelegd wat de belangrijkste prioriteiten zijn voor een effectieve aanpak van het klimaatprobleem. Het team, onder leiding van Bill Hare, jarenlang de klimaatvoorman van Greenpeace International, kwam tot de volgende vier prioriteiten:

1. Snelle, internationaal gecoördineerde actie om vanaf 2020 te komen tot een daling van de emissies;
2. Zeer grootschalige inzet van biomassa;
3. Een enorme versnelling in het tempo van energiebesparing;
4. Beschikbaarheid van technologie voor CO2-opslag.

Het Ministerie van IenM zou er goed aan doen de vier bovengenoemde prioriteiten tot belangrijke onderdelen van haar beleid te maken. Ik wil hieronder nog de verdere contouren schetsen van een beleidsmatige agenda om te komen tot een rationele aanpak van het klimaatprobleem. Het gaat daarbij om: het creëren van draagvlak, het ontwikkelen van een wettelijk bindend emissiehandelssysteem, emissiereductie, verantwoorde klimaatcompensatie, tegengaan van vervuilende producten, normstelling voor uitstoot van CO2 en het streven naar klimaatneutraliteit.

Klimaatbeleid is een te traag probleem om op de lange baan te schuiven

Het lijkt allereerst verstandig om het inzicht te accepteren dat het klimaatprobleem buitengewoon moeilijk valt uit te leggen aan het grote publiek. Natuurlijk moet het beleid zich baseren op de stand van de wetenschap, zoals verwoord in het recente IPCC-rapport. Maar we moeten accepteren dat burgers en bedrijven dat in feite niet doen. Het meeste milieubeleid komt pas tot stand als de noodzaak ervan voor iedereen zichtbaar is: vervuilde lucht, verontreinigd water, stervende bossen. De put wordt doorgaans pas gedempt nadat het kalf verdronken is.

Bij klimaatbeleid werkt deze aanpak echter niet. Klimaatverandering is daarvoor een te traag probleem. De opwarming die we nu zien, is niet het gevolg van onze huidige uitstoot, maar van de uitstoot tot pakweg 1970. De huidige concentratie broeikasgassen in de atmosfeer is voldoende voor een temperatuurstijging van bijna twee graden, maar dat zien we pas over veertig tot vijftig jaar. We moeten blijven zoeken naar nieuwe wegen om het echte verhaal te vertellen. Maar dat is niet de meest effectieve manier om aan draagvlak te werken. Het is in de praktijk effectiever om mensen te betrekken bij de oplossing.

Samen op weg naar een duurzame samenleving

Zonder draagvlak komt de transitie echter niet van de grond. Daarom wil ik ervoor pleiten dat het Ministerie van IenM zich opstelt als hét steunpunt van de energieke samenleving. Dat betekent concreet dat het ministerie in goed overleg met de honderden lokale energie-initiatieven veel betere voorwaarden creëert om lokaal resultaten te boeken, of het nu gaat om wind, zon, klimaatneutraal renoveren of elektrisch vervoer. Hetzelfde geldt voor het bedrijfsleven, waar onder andere kan worden voortgebouwd op het succes van de CO2-Prestatieladder. Het intelligent mobiliseren van de energie in de samenleving is de beste garantie om ook beleidsmatig voortgang te kunnen boeken.

Ik vrees dat de klimaatonderhandelingen in 2015 onvoldoende zoden aan de dijk zullen zetten. De onderhandelingen zijn echter niet onzinnig. Ze zullen er naar alle waarschijnlijkheid toe leiden dat een toenemend aantal landen besluit tot de invoering van wettelijk bindende emissiehandelssystemen. De koppeling hiervan kan leiden tot een wereldwijde prijs voor CO2 emissies, wat cruciaal is voor een effectief klimaatbeleid. Het faciliteren van dit traject moet een belangrijke prioriteit worden van het ministerie van Milieu. Uiteraard is een geloofwaardig Europees emissiehandelsysteem daarvoor een eerste voorwaarde, al is dat een onderwerp waar niemand vrolijk van wordt.

Kloof naar twee graden dichten

Er dreigt een kloof te ontstaan tussen het huidige beleid en de aanpak die nodig is om de aarde met niet meer dan twee graden op te laten warmen. Het Emissions Gap Report 2013 concludeert dat deze kloof in 2020 ongeveer 10 Gton CO2-eq zal bedragen. Dat komt overeen met 20% van de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Het is van essentieel belang dat het ministerie van Milieu samen met Buitenlandse Zaken een plan opstelt waarin vastgelegd wordt welke bijdrage Nederland kan leveren aan het dichten van deze kloof.

Zonder een dergelijke aanvulling is de internationale aanpak door regeringen niet geloofwaardig en is de klimaattop in Parijs bij voorbaat mislukt. De kloof van broeikasgassen valt niet met een ander energiebeleid te dichten, maar vraagt om een praktische aanpak. Ongeveer de helft van het overschot aan uitstoot kan worden gedicht door ontbossing aan te pakken en door de degradatie van bossen en landbouwgrond tegen te gaan. Dit wordt bevestigd door een recente publicatie van WWF en de Wageningen Universiteit. Bij de ontbossing gaat het met name om het verlies van tropisch regenwoud, bij de degradatie van bossen en landbouwgrond om het niet-duurzaam gebruik van traditionele biomassa. Het gaat dan onder andere om brandhout dat volgens de Global Energy Assessment verantwoordelijk is voor 8% van het wereldenergiegebruik, de helft voor koken en de andere helft voor warmte. De introductie van schone kooktoestellen is de belangrijkste maatregel om dit probleem aan te pakken. Daarom heeft het HIER Klimaatbureau samen met een groot aantal andere partijen besloten dit tot symbool te maken van verantwoorde klimaatcompensatie. We nodigen de overheid graag uit zich hierbij aan te sluiten.

Een tweede pijler bij het dichten van de kloof zou een versnelde introductie van de HFK’s (koelmiddel voor koelkasten) zijn (via het Montreal Protocol) en een aanpak van de kortlevende broeikasgassen, zoals roet en troposferisch ozon. Naast de eerder genoemde kooktoestellen heeft de overstap van derde wereld landen op schonere motoren en schonere elektriciteitscentrales een logische prioriteit.

Energiebesparing is de logische derde pijler. De belangrijkste mogelijkheid voor de EU om de CO2-reductie wereldwijd aan te jagen is het vaststellen van Europese normen voor de CO2-uitstoot van auto’s, apparaten, verlichting en industriële producten, zoals elektromotoren. We hebben hier te maken met mondiale producten, waardoor Europese normstelling wereldwijd zal doorwerken. Het wordt tijd dat Nederland een paar miljoen uittrekt voor een effectieve lobbycampagne op dit onderwerp.

Klimaatneutraliteit centraal thema

Het Ministerie van IenM kan, tot slot, in Nederland bijdragen aan een nieuw elan door samen met maatschappelijke partijen klimaatneutraliteit een centrale plek te geven in haar beleid. Het streven naar nul-emissies in enkele decennia volgt logisch voort uit het laatste IPCC-rapport. Door klimaatneutraliteit centraal te stellen creëert het ministerie voor zichzelf een invalshoek die richting geeft aan de pragmatische aanpak van het energieakkoord in de industrie, de landbouw, de transportsector en de gebouwde omgeving. Het ministerie kan hier invulling aan geven door: voorbeeldprojecten, partnerships en nieuw beleid. Kern van dit nieuwe beleid is de invoering van snel krimpende emissieplafonds voor de gebouwde omgeving en de transportsector.

In de Klimaatagenda staat het onderzoek naar de invoering van een dergelijk systeem voor de gebouwde omgeving al aangekondigd. De eerste uitwerking hiervan kan, samen met de lopende maatschappelijke initiatieven gericht op klimaatneutraal renoveren, een mooie start zijn in de bouw.

Het stimuleren van biomassa als brandstof en de opslag van CO2 zullen automatisch in de andere sectoren komen bovendrijven wanneer klimaatneutraliteit het vertrekpunt is. In de elektriciteitssector is bijvoorbeeld kolen/biomassavergassing met CO2-opslag een logische prioriteit, naast zon en wind. Biomassa is ook reeds onmisbaar bij duurzaam transport. Wie het rapport Green4sure van de milieuorganisaties er nog eens op na leest, ziet dat biomassa en CO2-opslag, naast besparing, de kern zijn van een klimaatneutrale industrie.

Sible Schöne is programma-directeur bij HIER Klimaatbureau. Dit is een aangepaste versie van het artikel dat eerder verscheen in het Tijdschrift Milieu van VVM, netwerk van milieuprofessionals.
Op 21 november vindt het Evenement HIER opgewekt plaats. Het grootste evenement voor en door lokale duurzame energie-initiatieven in Nederland. Thema van het evenement is dit jaar ‘Daadkracht in verbinding’. U kunt zich nog aanmelden tot 19 november via gerlinde@hier.nu.

 Literatuur
1. Adequacy and Feasibility of the 1.5 °C Long-term Global Limit, CAN Europe, Climate Analytics, 2013
2. The Emissions Gap Report 2013, A UNEP Synthesis Report, UNEP 2013
3. The Contribution of Forests and Land-use to Closing the Gigatonne Emissions Gap by 2020, WWF, Wageningen UR, 2014
4. Global Energy Assessment, IIASA 2012
5. Green4sure, het Groene Energieplan, CE Delft, 2007, in opdracht van ABVAKABO, FNV, FNV Vakcentrale, Stichting Greenpeace, Stichting Natuur en Milieu, Vereniging Milieudefensie en het Wereld Natuur Fonds

 

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>