Zeven horden op de weg naar een geslaagde energietransitie

Zeven horden op de weg naar een geslaagde energietransitie Lokale energiecoöperaties zijn relatief nieuwe spelers op de energiemarkt. Overheden en energiebedrijven stellen zich (nog) terughoudend op tegenover deze nieuwe ontwikkeling. TNO onderzocht de mogelijkheden om tot betere samenwerking te komen. Daarvoor is het eerst zaak om een aantal knelpunten weg te nemen.

Burgers spelen een belangrijke rol bij de transitie naar een duurzame samenleving. Dat blijkt ook uit het aantal lokale energie-initiatieven dat in snel tempo stijgt. Op dit moment loopt de beweging ‘energietransitie van onderaf‘ echter tegen een aantal knelpunten aan, doordat niet alle partijen de meerwaarde inzien van samenwerking op de lange termijn. Lokale energiecoöperaties (LEC’s), grootschalige energiebedrijven en (landelijke en gemeentelijke) overheden weten nog niet goed wat ze aan elkaar hebben. Dit leidt tot een afwachtende houding bij alle partijen. In het licht van de energietransitie die gaande is, vraagt deze situatie om een oplossing.

Drie aftastende partijen op zoek naar samenwerking

De stand van zaken in het ‘energieveld’ ziet er ongeveer als volgt uit. Lokale energiecoöperaties hebben behoefte aan coherent en consistent beleid en samenwerking met overheden. Maar dit wordt in de praktijk (nog) niet waargemaakt. De wil en ambitie is er op alle niveaus, maar het ontbreekt aan lokale uitvoeringsagenda’s die de weg naar samenwerking kunnen plaveien.

Enerzijds zijn gemeenten en andere overheden vaak nog zoekende naar de invulling van hun eigen rol. Anderzijds ontbreekt het de lokale energiecoöperaties aan realisatiekracht en passende verdienmodellen. Hierdoor slagen de coöperaties er meestal nog niet in om een rol van betekenis te spelen in de transitie naar een duurzaam energiesysteem.

Overkoepelende organisaties zouden hier een belangrijke bemiddelende rol in kunnen spelen. Zij kunnen lokale energiecoöperaties ondersteunen met concepten voor producten en diensten. Daarnaast kunnen zij blauwdrukken leveren voor verdienmodellen en lokale energieakkoorden. Ook kunnen zij faciliteren in het uitwisselen van kennis en ervaring.

Daarnaast ligt er voor de lokale energiecoöperaties een kans in samenwerking met grotere partijen, zoals: de bestaande energiebedrijven, netwerkbedrijven en ontwikkelaars van zon- en windparken. Op die manier zouden de cooperaties hun realisatiekracht kunnen vergroten

De gevestigde grootschalige energiebedrijven hebben op hun beurt baat bij samenwerking met de lokale energiecoöperaties vanwege het draagvlak van loyale burgers en het inzicht in de lokale dynamiek waarover lokale energiecoöperaties beschikken.

Inzicht en begrip nodig voor versnelling van de energietransitie

De onderzoeksvraag binnen ons TNO project ‘De energietransitie van onderaf’ is dan ook:

Hoe kunnen lokale duurzame energie-initiatieven de transitie naar een duurzame Nederlandse energiehuishouding versnellen?

Het project zoekt naar nieuwe handelingsperspectieven en samenwerkingsvormen tussen de stakeholders op de energiemarkt. Inzicht in elkaars belangen en werkwijzen kan immers bijdragen aan een versnelling van de energietransitie.

We hebben een inventarisatie gemaakt van de bestaande samenwerkingsvormen en we hebben de handelingsperspectieven van de relevante partijen op een rijtje gezet.

Knelpunten die de energietransitie van onderaf belemmeren

Bij het maken van onze inventarisatie konden we een aantal knelpunten identificeren die de transitie van onderaf belemmeren. De manier om deze belemmeringen weg te nemen is door de onderlinge handelingsperspectieven beter op elkaar af te stemmen. Hierdoor krijgt elke speler beter zicht op de eigen rol, waardoor inzicht ontstaat in de meerwaarde van samenwerking. Wanneer overheden met hun beleid op deze knelpunten kunnen anticiperen, kunnen ze bijdragen aan een daadwerkelijke versnelling van de transitie.

Knelpunt 1 – Onzekerheid over rol LEC’s resulteert in afwachtende houding bij bedrijven

Stakeholders zijn onzeker of de ‘coöperatie-trend’ zal doorzetten. Deze onzekerheid zorgt er voor dat partijen een afwachtende houding aannemen: wachtend op veranderende wetgeving, wachtend op de gevolgen van de energietransitie en afwachtend in welke mate de burgers actief zullen worden.

Knelpunt 2: Gebrek aan wil tot samenwerking tussen energiebedrijven en LEC’s

Vanuit energieproductie geredeneerd is er maar één koek te verdelen, dat impliceert dat, waar één partij groeit, dit ten koste gaat van een ander. Dit perspectief is geen goede stimulans voor samenwerking tussen energiecoöperaties en energieproducerende bedrijven.

Knelpunt 3: Realisatiekracht van LEC’s is beperkt

LEC’s hebben een sterk variërende, maar nogal eens beperkte visie op het totale energiesysteem. Het ontbreekt ze soms aan: realistische ambitie, expertise, professionaliteit en financieringsmogelijkheden. Daarnaast komt het voor dat LEC’s een beperkte achterban hebben van soms slechts enkele tientallen burgers en een beperkte lokale organisatiegraad. Dit alles beperkt de realisatiekracht.

Veelal is er geen duidelijk waarde(n)propositie en verdienmodel vastgesteld door een LEC. Daarmee is onduidelijk welk ledenbelang de coöperatie eigenlijk behartigt. Bovendien ligt door een gebrek aan inkomsten voortdurend vrijwilligersmoeheid op de loer.

Overkoepelende organisaties zouden de lokale energiecoöperaties ondersteuning kunnen bieden bij het rendabel maken van hun projecten.

Knelpunt 4 : Dynamiek op drie niveaus: overlap of aanvulling

Bij alle vormen van samenwerking is het van belang om de verschillende niveaus goed te onderscheiden: lokaal, regionaal en nationaal. Ieder niveau vormt een apart kader met een apart perspectief. Het is voor LEC’s niet te doen om op regionaal en nationaal niveau te acteren. En leveranciers zijn er niet op ingericht op om lokaal niveau maatwerk te leveren. Niet alle partijen zitten dus op alle niveaus ‘aan tafel’ en als dat wel het geval is, is het zaak om elkaar aan te vullen en niet elkaar tegen te werken.

Knelpunt 5: Verschil in scope vraagt om wederzijdse bewustwording

Lokale energiecoöperaties en de ‘traditionele’ energieketen hebben beide een verschil van perspectief.

Een zogenaamde gemeenschapscoöperatie handelt vanuit het ‘leefbaarheids-perspectief’. Energie maakt daar deel van uit, maar dit strekt zich breder uit over verschillende domeinen zoals woningbouw, mobiliteit, werkgelegenheid en zorg.

De gevestigde partijen uit de energieketen zijn daarentegen gericht op optimalisatie van het energiesysteem.

Dit leidt tot verschillende belangen en een andere kijk op de dingen. Louter erkenning van deze verschillen is niet voldoende. Wat nodig is, is inzicht in de eigen rol die men speelt in het grotere energiesysteem en inzicht in de wederzijdse belangen die spelen, om vervolgens de eigen handelswijze hierop af te stemmen.

Knelpunt 6: Verzuiling over beleidsterreinen bij overheden

Er is een duidelijke behoefte aan een meer coherent en consistent beleid. Dit zou de zekerheid kunnen bieden die nodig is voor investeringsbeslissingen. Op dit moment voeren meerdere ministeries beleid over energievoorziening en al deze ministeries hebben hun eigen perspectief op LEC’s. Deze verzuiling bemoeilijkt eenduidige ondersteuning van de LEC’s. Dezelfde versnippering zie je ook terugkomen op gemeentelijk niveau. Het resulteert in een gebrek aan integrale kennis, visie en -in de praktijk- een ontbrekende loketfunctie voor de LEC’s.

Knelpunt 7: Bestaande werkwijzen zijn te verkokerd

Op lokaal niveau zie je overheden in hun contact met burgerinitiatieven verstrikt raken in procedures en werkwijzen. Wanneer op een andere manier gekeken zou worden naar: vergunningen, (maatschappelijke) aanbestedingen, bestemmingsplannen, financieringsvormen en experimenteerruimte, dan zou dit juist diverse vormen van samenwerken mogelijk kunnen maken.

Verbetering van handelingsperspectief en samenwerking

In het vervolg van dit project gaan we -in samenspraak met de stakeholders- onderzoeken hoe het handelingsperspectief en de samenwerking van de verschillende spelers in de toekomst verbeterd kan worden. Doel van ons project is de geïdentificeerde knelpunten in de toekomst te verzachten.

Dit willen we doen via de ontwikkeling van een “serious game”. Op deze wijze willen we het voor betrokkenen in de energietransitie mogelijk maken inzicht te verkrijgen in het eigen handelingsperspectief en dat van andere stakeholders. Dit kan als opmaat dienen voor het succesvol sluiten van een samenwerkingsvorm of een lokaal energieakkoord. Dit alles vanuit het gemeenschappelijke doel om de energietransitie te versnellen.

Marijn Rijken is projectleider bij TNO. Dit artikel is een samenvatting van de tussentijdse rapportage van het project ‘De energietransitie van onderaf’.

 

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>