Gemeentes kunnen strategisch bijdragen aan de transitie

Gemeentes kunnen strategisch bijdragen aan de transitieGemeentes moeten leren meebewegen met de maatschappelijke veranderingen. Het is voor een gemeente heel goed mogelijk om initiatieven betaalbaar te houden en deze renderend te maken. Thijs de la Court, zelf wethouder, biedt een handreiking.


Onze huidige economie bevindt zich in een veranderingsproces. Het klassieke economische model, met een enkelvoudige waardecreatie en een duidelijke hiërarchische structuur, zijn we aan het achterlaten. Er wordt in de nieuwe, opkomende economische structuur meer aanpassingsvermogen en flexibiliteit gevraagd. Dit geldt zowel voor burgers, ondernemers als beleidsmakers. Wie niet in staat is te veranderen, belandt aan de zijlijn.

Bij deze verandering hoort ook de ontwikkeling van nieuwe business modellen. De basis hiervan is meervoudige waardecreatie: niet alleen economische waarde, maar ook ecologisch en sociaal. De rijkdom aan literatuur over dit thema is enorm: Marga Hoek, directeur van de Groene Zaak, beschrijft het in ‘Zakendoen in de Nieuwe Economie’. Jan Jonker doet dit in zijn recente ‘Nieuwe Businessmodellen’ en natuurlijk pakt Jan Rotmans stevig uit in zijn ‘Verandering van tijdperk, Nederland kantelt’. Allen beschrijven ze een onomkeerbare verandering in onze samenleving.

Ook gemeentes kunnen een sluitend verdienmodel realiseren

Bedrijven die deze omslag weten te maken en daarbij een sluitend verdienmodel realiseren, zijn gamechangers. Ze hebben een voorbeeldfunctie voor anderen en fungeren als ijkpunten voor de toekomst. Gamechangers hebben invloed op waardecreatie. Het kan dan gaan om verschillende waarden, zoals veiligheid, gezondheid, of bijvoorbeeld werkgelegenheid. Of om waardigheid, geluk en perspectief.

Juist omdat meervoudige waardecreatie de drijfveer is van de huidige maatschappelijke veranderingen is het voor beleidsmakers zaak om hierop in te leren spelen. Als voorbeeld beschrijf ik een maatschappelijk dilemma dat speelde in de gemeente Lochem, waar ik wethouder ben. Het wegennet van Lochem moest uitgebreid en onderhouden worden en de kosten bedroegen tussen de 2,1 – 3 miljoen euro op jaarbasis. De gemeente had hiervoor echter slechts een budget van 900.000 euro beschikbaar. Het is voor een gemeente in zo’n geval een voor de hand liggende optie om dan maar de kosten voor zich uit te schuiven. Maar prognoses laten zien dat het dan, zeg in 2020, pure noodzaak is geworden om de kapotte wegen te repareren. En de begrote kosten van zo’n operatie belopen dan de 20 miljoen.

Een strategische aanpak dankzij vogelperspectief

Dit probleem valt niet op te lossen met lap- en stopwerk: het onderhoud aan de wegen en de aanleg van nieuwe verbindingen is noodzakelijk en het moet gebeuren. Maar: de gemeente heeft geen geld. Een oplossing voor dit dilemma is een systemische blik: een vogelperspectief waarbij het totale vraagstuk overzien kan worden.

En zo kwam de gemeente op het idee van functiegericht wegbeheer. In overleg met een zestal infrabedrijven heeft het gemeentebestuur van Lochem gezocht naar goedkopere methodes om wegen aan te leggen, met een dunnere bovenlaag van asfalt. Daarbij worden de wegen afgestemd op het ingeschatte gebruik. Daarnaast doen we een beroep op de burger om, vanuit goed ‘noaberschap’, oneffenheden in het wegdek te melden, het aan te geven als ergens een verkeersbord moet komen of te melden dat bijvoorbeeld de belijning niet naar behoren is. Het infrabedrijf belooft daarbij om het euvel binnen 48 uur op te lossen.

Besparing door multistakeholder proces

Zo heeft Lochem door middel van een strategische aanpak een multistakeholder proces in gang gezet. En op basis van deze benadering heeft de gemeente een besparing weten te realiseren van 70%, plus een besparing aan materiaal.

Wat is de les die wij hiervan leren? Methodisch gezien heeft Lochem het dilemma opgepakt vanuit het bestaande operationele systeem. Daarbij is gekeken naar het systeem en de belemmeringen (de noodzaak wegonderhoud te plegen en het beperkte budget), daarnaast is gekeken naar de lange termijn. Deze inzichten zijn terugvertaald naar strategisch en operationeel niveau.

Meervoudige waardecreatie in de stadslandbouw

Een ander praktijkvoorbeeld van meervoudige waardecreatie als basis voor een renderend verdienmodel is de stadslandbouw.

Het zomaar opzetten van een stadslandbouwbedrijf op de klassieke wijze gaat niet lukken, mede door de hoge grondprijzen. Opbrengsten van eventuele verkoop van de oogst zullen niet voldoende zijn voor het maken van een sluitende begroting.

Dit zal zelfs niet mogelijk zijn met toevoeging van het gedachtegoed van de circulaire economie, zoals de opwaardering van afval, duurzamer biologisch voedsel en een toenemende gezondheid van de burger. Ondanks toegenomen complexiteit zal het nog niet mogelijk zijn om tot een geschikte businesscase te komen.

Samenwerking leidt tot een businesscase

Met toevoeging van het concept van de Weconomy is dit wel mogelijk. Wat is de Weconomy precies? Dit begrip heeft betrekking op samenwerkingsvormen die gericht zijn op het creëren van waarde. Samenwerking die niet zozeer gericht is op winstgevendheid, maar die verbondenheid, houdbaarheid en leefbaarheid als doel hebben. Hieronder valt ook het delen van kennis en ideeën en het rekening houden met de gevolgen van het eigen handelen. Zo raakt duurzaamheid op een natuurlijke wijze verankerd in het dagelijkse bestaan van zowel deelnemers als de beleidsmakers. Door het stimuleren van samenwerkingsverbanden blijkt het dus mogelijk een sterke meervoudige waarde te creëren met een hoog rendement.

Andere terreinen waarop een dergelijke gezamenlijke aanpak mogelijk is, zijn bijvoorbeeld: groenbeheer, stadslandbouw, rioolbeheer, afvalverwerking, verduurzaming van de woningvoorraad en de zorg. De gemeentelijke beleidsmedewerker kan daarbij inspelen op ‘meekoppelende autonome trends’, zoals: klimaatopwarming en de ontwikkelingen op het gebied van de smartphone-technologie.

Geld verdienen met energiebesparing

De opkomst van de Energy Service Company (ESCo) is een voorbeeld uit het bedrijfsleven waarbij adequaat gereageerd wordt op ‘meekoppelende autonome trends’. De Energy Service Company neemt voor een school, universiteit, gemeente of bewoners een dienst aan, namelijk het beheer over het energieverbruik van een gebouw. De ESCo investeert vervolgens in technologie, zoals efficiënte verlichting, slimme verwarming en regelapparatuur. Woningen en kantoren worden geïsoleerd en energieneutraal gemaakt. De klant betaalt daar weliswaar voor, maar heeft daarbij het voordeel van een lagere energierekening.

Kortom: de ESCo verdient geld met energiebesparing. Dat is wel iets heel anders dan een energiebedrijf. Die verdient geld aan het verspillen van energie! En, wanneer deze ESCo gemeenschappelijk opgezet wordt (als een coöperatie bijvoorbeeld), dan is het ook nog eens mogelijk om op deze wijze geld te verdienen. Zo kan een verdienmodel fungeren als gamechanger. Ook in andere werkvelden, als gezondheidszorg, mobiliteit, vrije tijdseconomie zijn verdienmodellen denkbaar die als gamechanger kunnen dienen.

Nu is de gemeente Lochem niet de enige gemeente die manieren zoekt om in te spelen op de trends die zich voordoen in de samenleving. In heel het land zijn er gemeentes die op een nieuwe wijze keuzes maken. Dit leidt tot een diversiteit aan beleidsmatige ontwikkelingen die op hun beurt weer een eigen, versterkend, effect hebben op de economische ontwikkelingen. Zo leidt de ene ontwikkeling tot de andere, waardoor de transitie op basis van meervoudige waardecreatie kan uitgroeien tot een grootschalige beweging.

Thijs de la Court is wethouder in de gemeente Lochem en adviseur duurzame ontwikkeling en circulaire economie.

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>