Terugblikken om vooruit te kunnen zien

Terugblikken om vooruit te kunnen zienSamenlevingen zijn door de eeuwen heen geconfronteerd met  klimatologische en milieukundige bedreigingen en noodzaakten de mens zich hieraan aan te passen. Een lange-termijnperspectief dat zich baseert op dergelijke ervaringen zou van nut kunnen zijn voor het huidige klimaatbeleid, stellen Jago Cooper en Christian Isendahl.

Scenario’s, voorspellingen, routekaarten. Er is in de evaluaties van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) veel van doen over de toekomst en dat is ook begrijpelijk. We willen ons immers voorbereiden op aanstaande veranderingen, zowel voorzien als onvoorzien, en niet teveel overlaten aan toekomstige generaties. Deze planmatige benadering zou groot voordeel kunnen hebben van het bestuderen van de menselijke ervaringsgeschiedenis rond de verandering van klimaat en milieu. Vreemd genoeg worden deze inzichten door het IPCC op geen enkele wijze meegenomen. Beleidsmakers blijven daardoor verstoken van een waardevolle context waarbinnen de rapporten geïnterpreteerd zouden kunnen worden; ze ontberen ook de lessen die getrokken zijn uit de interacties tussen samenlevingen, hun omgeving en het klimaat.

Wij vinden dat klimaatbeleid, gericht op vermindering van risico’s en de aanpassing aan bedreigingen, op de hoogte zou moeten zijn van de menselijke ervaringskennis uit het verleden. Archeologen, milieukundige historici en anderen bouwen gestaag aan een uitgebreid bestand van casussen dat diverse contexten -in tijd en ruimte- in beschouwing neemt. De inzichten van archeologische studies op het gebied van socio-economische relaties overstijgen hun directe context. Dit bestand leidt met name tot het inzicht dat kleine, maar consequent opgebouwde veranderingen van invloed kunnen zijn op gehele sociaal-ecologische systemen. Het zou ons kunnen helpen om niet alleen te kijken naar simplistische analogieën, maar om verder te kijken. Door de factoren er uit te lichten die  leiden tot veerkracht op de lange termijn en de factoren die leiden tot kwetsbaarheid. We zullen dit toelichten aan de hand van enkele sleutelfactoren met betrekking tot mitigatie en aanpassing.

Technische oplossingen tegen rampen kunnen fatale consequenties hebben

Het is voor samenlevingen aanlokkelijk te investeren in infrastructuur om zich te weer te stellen tegen natuurlijke bedreigingen, zoals: dammen en waterreservoirs tegen variabele regenval, dijken tegen het stijgend zeewaterniveau, of terassenbouw ter voorkoming van erosie. Het gegevensbestand van de menselijke ervaring laat echter zien dat technische oplossingen om bedreigingen af te wenden in het verleden leidden tot onvoorziene en vaak fatale consequenties op de lange termijn.

Neem bijvoorbeeld de Hokoham indianenstam uit het zuidwesten van de Verenigde Staten. Zij investeerden zwaar in hun infrastructuur om de impact van klimaatvariabiliteit op de korte termijn te verzachten; als gevolg daarvan steeg de dichtheid van de lokale bevolking. Het netwerk van kanalen en dammen dat ze bouwden beliep circa 700 km in lengte, met meer dan 40.000 hectare aan geïrrigeerde landerijen – het grootste systeem dat bekend is in het pre-Columbiaanse Amerika. Dit watermanagement systeem was echter slecht bestand tegen sporadische extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld lange periodes van droogte of overstromingen die het irrigatiesysteem omver wierpen), die uiteindelijk catastrofaal bleken en die leidden tot een dramatische afname in de populatie. (Hegmon et al. 2008).

Beter letten op de grote gevaren die sporadisch voorkomen

Een belangrijke les die we uit dergelijke casestudies kunnen leren is dat de concentratie op regelmatig voorkomende, ongevaarlijke risico’s een samenleving kwetsbaar kan maken. Deze kan daardoor blootgesteld worden aan gevaren –gevaren die misschien zelden voorkomen, maar die fataal kunnen uitpakken. Het besef van dergelijke wisselwerkingen kan van belang zijn voor de risico-analyses van moderne infrastructurele projecten.

Een ander voorbeeld: pre-Columbiaanse nederzettingen in de Cariben vestigden zich op de lijzijde van heuvels, onder de wind. Latere nederzettingen, onder Europese invloed, treffen we daarentegen aan in riviervalleien en bij mondingen van rivieren. Als gevolg daarvan staan deze moderne bewoners bloot aan extreme windscheringen, pieken van kuststormen en overstromingen door cyclonen – bedreigingen waar de eerdere nederzettingen beter tegen bestand waren.

De huidige stedenbouwkunde is op zoek naar het vermogen om zich te weer te stellen tegen tegenslagen. In de Cariben wordt steeds vaker duur, geïmporteerd beton en staal gebruikt voor de bouw. Samenlevingen uit het verleden ontwikkelden daarentegen succesvolle lange termijnstrategieën die gericht waren tegen lokale, specifieke gevaren en het versnelde herstel daarvan. De pre-Columbiaanse woningen in Cuba hebben bijvoorbeeld lichtgewicht muur- en dakstructuren die gebouwd zijn rond stevige, diep verankerde hardhouten steunbalken. Na de komst van een orkaan kunnen de gevlochten wand en het rieten dak snel herbouwd worden met behulp van ter plekke beschikbare materialen(Cooper 2012a). Dergelijke voorbeelden vormen een stimulans om anders te denken over architectuur – zoals weerspiegeld in het recente denken over het managen van rampen (Watson and Destefano 2010, Amaratunga and Haigh 2011) – gericht op buigzaamheid in plaats van standvastigheid ten opzichte van extreme weersomstandigheden.

Voedselvoorziening is kwetsbaar en van groot belang voor steden

Ons voedsel komt in de geglobaliseerde wereld van tegenwoordig vaak via een lange route van de boerderij naar onze etenstafel. We vertrouwen daarbij op de internationale handelsroutes die langs verschillende knelpunten leiden. Onverwachte onderbreking van dergelijke aanleveringssystemen -door klimaatverandering of politieke verandering- kan de voedselveiligheid van bepaalde regio’s zwaar aantasten. Case studies van het pre-Columbiaanse Cuba, het zuidwesten van de Verenigde Staten en Centraal Amerika laten zien dat de meer veerkrachtige samenlevingen zeker konden zijn van voedselverschaffing via diverse bronnen op basis van stevige sociale relaties (Cooper 2012b).

De archeologie van dergelijke stedelijke voedselsystemen levert aanvullende inzichten op over het management van de verbouw van voedsel voor steden en het belang van voedselverbouw voor de bevoorrading –zowel in tijden van crisis als bij inefficiënte distributiesystemen. Stedelijke boerderijen bij de Azteken en de Maya’s tonen de voordelen van alternatieve planologische methoden. Want deze wisten op succesvolle wijze een brug te slaan tussen voedselproductie op het platteland en de consumptie van de stadsbewoners (Isendahl and Smith 2013). De kennis van de stadsbewoners over landbouwmethodes hield niet alleen hun veerkracht in stand, maar droeg binnen de gemeenschap bij aan het vermogen om zelfstandig in het levensonderhoud te voorzien in tijden van politieke onrust en verval.

Het wordt duidelijk aan de hand van case studies wereldwijd dat landbouwproductie altijd een integraal onderdeel vormde van het stadsleven, tot het moment dat toenemende globalisering zijn intrede deed. Dit is een aanwijzing dat het nodig is dat we ons de stad opnieuw voorstellen als een plek waar voedsel kan worden verbouwd (Barthel and Isendahl 2013).

Lokale gemeenschappen hebben beter zicht op bedreigingen

Mensen ervaren de impact van risico’s op een zeer persoonlijke en plaatsgebonden wijze. Calamiteitenmanagement en -planning zijn daarentegen in toenemende mate gecentraliseerd: plaatselijke gemeenschappen hebben geringe speelruimte om met eigen oplossingen te komen. Grootschalig beleid is onvermijdelijk in onze hedendaagse wereld waar risico’s veelal regionaal zijn en in politieke zin vaak grensoverschrijdend. Het archeologisch gegevensbestand biedt daarentegen steun aan lokale gemeenschappen om hun succes te vergroten bij het nemen van maatregelen voor mitigatie.

Een grote hoeveelheid case studies van watermanagement systemen, bijvoorbeeld in het zuidwesten van de Verenigde Staten en de voormalige Maya regio, toont dat infrastructurele oplossingen voor duurzaamheid, zoals aangegeven door grootschalige overheidsinstanties, hoge onderhoudskosten vergen en een negatieve repercussies veroorzaken: ze ondermijnen duurzaamheid op de lange termijn.

De kracht van het verleden is niet alleen gelegen in: het verschaffen van casestudies die tot de verbeelding van het publiek spreken, het tonen van de impact van klimaat- en milieuverandering en het wijzen op de werkelijke kwetsbaarheid van samenlevingen vroeger en nu. Die kracht is tevens gelegen in de lessen die we kunnen leren: door  thema’s als risico, kwetsbaarheid en veerkracht te herdefiniëren, vooruitblikkend naar de mogelijke risico’s op rampen in de nabije toekomst.Dit is de reden dat de kennis uit het verleden cruciaal is om in de toekomst een betere aarde te helpen creëren.

Jago Cooper is curator  van de afdeling Amerika van het British Museum in Londen. Christian Isendahl is senior lector Archeologie aan de historische faculteit van de Universiteit van Gotenburg in Zweden. Dit is een vertaalde en ingekorte versie van het artikel ‘Thinking back to look ahead’ dat verscheen in het Global Change Magazine 83 van het IGBP.

Referenties:
Amaratunga, D. en Haigh, R. (2011): Post-Disaster Reconstruction of the Built Environment: Rebuilding for Resilience, Oxford, Wiley-Blackwell.

Barthel, S. and Isendahl, C. (2013): Urban gardens, agriculture, and water management : Sources of resilience forlong-term food security in cities, Ecological Economics 86: 224-234.

Cooper J (2012a) Building Resilience in Island Communities: A Paleotempestological Perspective. In: Giosan L et al. eds. Climates, Landscapes, and Civilizations. American Geophysical Union, Washington, DC.

Cooper, J. (2012b) In: Cooper, J. and Sheets, P. eds. Surviving Sudden Environmental Change: Answers from Archaeology. University Press of
Colorado, Boulder.

Hegmon, M. et al. (2008): Social Transformation and Its Human Costs in the Prehispanic U.S. Southwest, American Anthropologist 110: 313-324.

Isendahl C and Smith M E (2013): Sustainable agrarian urbanism: The low-density cities of the Mayas and the Aztecs, in: Cities 31: 132-143.

UN-Habitat (2009) Planning Sustainable Cities: Global Report on Human Settlements. Earthscan, London.

Watson D and Destefano J (2010) In: Watson D and Adams M (eds) Design for Flooding: Architecture, Landscape, and Urban Design for Resilience to Climate Change. John Wiley & Sons, Hoboken.

 

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>